Huishoudelijke ondersteuning

U kunt ondersteuning bij het huishouden krijgen, wanneer u door beperkingen vanwege ziekte of een handicap niet uw eigen huis kunt schoonmaken of andere huishoudelijke taken niet uit kunt voeren en u daar geen hulp uit uw directe omgeving bij krijgt.

Er zijn twee manieren om de hulp bij het huishouden te regelen:

Zorg in natura

U kiest voor een zorgaanbieder die voor u de hulp bij het huishouden regelt. De gemeente heeft een aantal zorgaanbieders een contract afgesloten. Hier vindt u de lijsten met zorgaanbieders 2017 en zorgaanbieders 2018.

Persoonsgebonden budget

U kiest ervoor om zelf een schoonmaakhulp te regelen en krijgt daarvoor een vast bedrag van de gemeente. U maakt zelf afspraken met de hulp en bent ook zelf verantwoordelijk voor het voeren van een administratie, inclusief de salaris uitbetalingen, vanuit het door de SVB beheerde budget (zie hieronder) en het afleggen van verantwoording van het budget aan de gemeente.

Per 1 januari 2015 worden de budgetten niet meer aan uzelf uitbetaald, maar aan de SVB. Het Servicecentrum PGB beheert vanaf 1 januari 2015 uw PGB. Het budget staat dan op rekening van de SVB, maar u houdt de regie. Trekkingsrecht heet dit. Door trekkingsrecht kan de SVB alle betalingen aan zorgverleners vooraf controleren. Ze kijken bijvoorbeeld of er een overeenkomst is afgesloten met de zorgverlener of zorginstelling die u wilt betalen.

Eigen bijdrage

Voor ondersteuning bij het huishouden betaalt u een eigen bijdrage. Deze eigen bijdrage wordt berekend en geïncasseerd door het Centraal Administratie Kantoor (CAK). Op basis van uw verzamelinkomen en dat van uw eventuele partner, berekent het CAK welke eigen bijdrage u maximaal moet betalen. Wilt u zelf berekenen wat uw eigen bijdrage ongeveer gaat worden, dan kunt u dit doen middels de rekentool van het CAK.

Hulp van partner, kinderen en/of andere volwassen huisgenoten

Hebt u een partner en/of kinderen? Van gezonde inwonende huisgenoten (bv. partner, volwassen zoon of dochter, of andere volwassen huisgenoten), wordt in principe verwacht dat zij het huishouden helemaal kunnen overnemen, ook bij een volledige baan of opleiding. Dit heet gebruikelijke zorg. In dat geval kunt u geen hulp krijgen. Hulp bij het huishouden via de Wmo komt pas in beeld als uw huisgenoten de noodzakelijke zorg niet op een verantwoorde manier kunnen bieden of daar te zwaar door worden belast.

Hulp van mantelzorgers

Als u voldoende geholpen wordt door een buurvrouw, familielid of kennis (mantelzorger) en diegene kan en wil dat blijven doen, komt u ook niet in aanmerking voor een individuele voorziening. Als uw mantelzorger te zwaar wordt belast, kunt u wel (tijdelijk) een beroep doen op de Wmo.

Voorliggende voorzieningen

Gaat het vooral om het halen van de boodschappen of het klaarmaken van de maaltijden en u hebt niemand die u daarbij helpt, dan adviseren we u gebruik te maken van een boodschappendienst (van bijvoorbeeld uw supermarkt) of van een (warme) maaltijdvoorziening. U kunt hiervoor geen ondersteuning bij het huishouden krijgen via de Wmo.

Zorg voor kinderen

Voor de verzorging van uw (jonge) kinderen kunt u een beroep doen op kinderopvang. Maakt u daar al gebruik van, maar is dat niet voldoende? In sommige gevallen kan er voor een beperkte tijd hulp bij het huishouden worden geboden waardoor u en uw partner een korte tijd ontlast worden. In die tijd kunt u (voor als het langer gaat duren) op zoek gaan naar een alternatief. Wanneer u geen partner hebt en er geen alternatief voor de avonduren of weekenden bestaat, is maatwerk mogelijk en kan ondersteuning bij het huishouden worden ingezet.