Hulp van familie, huisgenoten en mantelzorgers

Wanneer je ondersteuning nodig hebt, wordt binnen de Wmo eerst gekeken welke hulp mogelijk is vanuit jouw eigen omgeving. Familieleden, huisgenoten, vrienden of mantelzorgers kunnen soms helpen bij dagelijkse taken of ondersteuning bieden wanneer dat passend is.

Deze hulp vanuit de omgeving noemen we ook wel gebruikelijke zorg of mantelzorg. Het uitgangspunt is dat mensen in hun omgeving kunnen bijdragen, maar dit mag niet leiden tot overbelasting. Wanneer mantelzorgers de ondersteuning niet meer aankunnen of de situatie te zwaar wordt, kan aanvullende ondersteuning nodig zijn.

Heb je vragen over mantelzorg, jouw eigen situatie of ondersteuning vanuit de Wmo? Het Zorginformatiepunt van ZorgSaam Twenterand denkt graag met je mee. Samen bekijken we welke mogelijkheden er zijn en welke ondersteuning passend is.

Bij een Wmo-aanvraag wordt eerst gekeken naar de hulp uit je directe omgeving.

  • Partner, kinderen en andere volwassen huisgenoten: Van gezonde inwonende volwassenen wordt verwacht dat zij het huishouden kunnen overnemen, zelfs als zij een baan of opleiding hebben. Dit noemen we gebruikelijke zorg. Alleen als zij de noodzakelijke zorg niet kunnen bieden of te zwaar belast worden, kan ondersteuning via de Wmo worden ingezet.
  • Mantelzorgers: Dit kan een buurvrouw, familielid of kennis zijn. Als je voldoende geholpen wordt door een mantelzorger die dit kan en wil blijven doen, kom je in principe niet in aanmerking voor een Wmo-voorziening. Wordt de belasting echter te zwaar, dan kun je tijdelijk een beroep doen op de Wmo.
Hulp van familie